Site pictogram Roelove inspireert | grafisch ontwerp en persoonlijke blog

Bevallige verhalen #7: weer een bevalling achter de rug, weer een ervaring rijker

Zwangerschap nummertje 2 diende zich vrij vlot aan na het overlijden van onze dochter. Sommigen vonden het misschien te snel, voor ons was het een weloverwogen keuze om het nog een keer te proberen. Met succes gelukkig. Net als nu stond ook deze zwangerschap in het teken van onderzoeken. Onderzoeken en uitsluiten van zoveel mogelijk rampscenario’s, waaronder natuurlijk de meest belangrijke, dat ACD (de genetische aandoening die onze dochter had) ons niet nog een keer trof. Dit gebeurde allemaal in het academisch ziekenhuis waar onze dochter twee weken naar haar geboorte heeft gelegen en dat één van de 3 ziekenhuizen in Nederland is waar ze überhaupt bekend zijn met deze zeldzame aandoening en het onderzoek hierna. Voor deze 2e zwangerschap kozen we dus om te bevallen in dit academisch ziekenhuis. Omdat men er zo bekend is met onze achtergrond voelde dit voor ons als het hoogste adres, het ziekenhuis dat weet wat ze moeten doen, mocht het weer misgaan. Afijn. Keuze gemaakt, maar ja, die afstand…

Het ziekenhuis waarvoor we kozen, lag welgeteld een uur rijden van onze woonplaats vandaan. Ik kreeg in aanloop naar de bevalling dus redelijk klotsende oksels bij het idee dat ik het misschien allemaal niet op tijd zou halen. Want dat bevallen dat deed ik in een oogwenk, bleek. Maar wat nou als we in de file kwamen te staan? Of als ik de weeën niet op tijd voelde aankomen en we te laat in de auto zouden stappen? Dan zou het zomaar kunnen zijn dat een uur rijden, met alle mogelijke verkeerstegenslagen van dien, net te lang is. Ik zweette dus peentjes. Toen ik met 35 weken zwangerschap werd overgedragen aan het academisch ziekenhuis en mijn periodieke controles vanaf dan daar zouden plaatsvinden, gaf ik meteen aan dat ik deze angst had. Hoewel mijn eigen verloskundige wel eens opperde “ach je kunt altijd nog naar het ziekenhuis hier in de buurt als je het niet haalt”, waren de verloskundigen uit het academisch ziekenhuis een stuk begripvoller. Die begrepen juist heel goed dat ik dat niet wilde. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen, want vanwege een hoge bloedruk zou ik wederom worden opgenomen en ingeleid, “joepie”, dacht ik meteen. Maar voor het zover was dat ik mij in het ziekenhuis kon melden…  ging daar nog wel een verhaal aan vooraf.

De afspraak voor inleiding stond gepland toen ik 38 weken zwanger was. ’s Morgens vroeg moest ik bellen naar het ziekenhuis of er plek was. Het kon immers zo zijn dat er onverhoopt iets was tussengekomen waardoor er geen bedden vrij waren. Maar dit gebeurde bijna nooit, gaf de verloskundige van het ziekenhuis aan. Die bewuste ochtend belde ik gespannen op. We stonden al startklaar voor vertrek, toen ik de telefoon ophing met het teleurstellende nieuws dat er juist die nacht een aantal spoedbevallingen hadden plaatsgevonden. Er was dus geen plek… Ik kon wel door de grond zakken. Vriendlief sommeerde mij terug te bellen en het desnoods op mijn hoge bloeddruk te gooien, waardoor we uiteindelijk alsnog naar het ziekenhuis mochten komen. Zo gezegd, zo gedaan. We reden er samen gespannen heen om daar ontvangen te worden door de dienstdoende verpleegster die al was ingeseind dat we kwamen. Ik werd aan een monitor gehangen (die met grote regelmaat harde buiken registreerde) en mijn bloeddruk werd gemeten. “Uw bloeddruk is uitstekend mevrouw!” Hij was gezakt, dit gaf dus geen extra aanleiding om mij in het ziekenhuis te houden…balen. “U zult toch echt terug naar huis moeten”, luidde de boodschap van de verpleegster. “Maar voordat u gaat, ga ik u nog wel even toucheren… Nou die krijgt u zo maar even cadeau mevrouw,  u heeft al 2 cm ontsluiting.” Ging de verpleegster verder. Hoeveel? Wat?… Toch werd ik naar huis gestuurd, er was gewoon nog geen plek voor mij in het ziekenhuis. Maar als het begon te ‘rommelen’ moest ik meteen bellen. Nou, dan stap je niet fijn in de auto kan ik je vertellen…. Rommelen, dat had ik immers de vorige keer ook niet door, wat nou als…

Die avond en nacht was ik om de seconde wakker. Elk rommeltje in mijn buik deed mij twijfelen of de bevalling zou gaan beginnen. Ik deed dus geen oog dicht en de volgende ochtend leek maar niet aan te willen breken.  Toen de zon opkwam, stond ik dan ook al paraat naast mijn bed met de telefoon in mijn hand en het nummer van de verlosafdeling onder de knop. Toen het kon, belde ik meteen. Ja, er was plek en ik kon komen. Pfoe, We maakten ons klaar en sprongen wederom in de auto. Nu zou het echt gaan beginnen. Ik zou bevallen en binnen niet al te lange tijd zouden wij onze zoon mogen verwelkomen op deze wereld. Ik was er klaar voor. Bij aankomst werden we vriendelijk opgevangen door een verpleegster en werden we naar de verloskamer gebracht. Ik pakte mijn spulletjes uit en we wachten rustig doch gespannen op de gynaecoloog die mijn bevalling zou begeleiden. Ondertussen was de verpleegster weer teruggekeerd die mij weer aan de monitor en een infuus hing. Ik liet het allemaal begaan, ik wist immers wat er zou komen. Omdat ik al ontsluiting had (inmiddels al 4 cm) zouden mijn vliezen meteen gebroken worden. Veel tijd om aan het idee te wennen had ik niet, want de gynaecoloog betrad de kamer en vertelde dat ze eigenlijk wel direct aan de slag wilde gaan. Nadat mijn vliezen waren gebroken, begonnen mijn weeën gelijk. Gelukkig was vriendlief allert genoeg om mij te helpen herinneren aan de pijnbestrijding die ik de vorige keer gemist had. Dit was geen enkel probleem vertelde de gynaecoloog mij en na wat wikken en wegen besloot ik hiervoor te gaan. Ik kreeg een pijnpompje naast mijn bed waar ik tijdens een wee een kleine dosis morfine uit kon halen. Omdat ook nu weer de weeën elkaar in een rap tempo opvolgden, haalde de pijnbestrijding de scherpste kantjes er gelukkig wat vanaf. Roze olifanten pufte ik zonder enige moeite weg, oh nee dit waren natuurlijk de weeën. Anders gezegd… lekker spul, die morfine, ik kan het elke bevallende vrouw aanraden.

Ook nu weer vlogen de centimeters ons om de oren, binnen 2,5 uur tijd zat ik op volledige ontsluiting. De boodschap “u doet het uitstekend mevrouw, alweer een centimeter” bevestigde dat het weer net zo snel als de eerste keer ging. Toen ik mocht persen was dit dan ookin een mum van tijd gepiept. Ja het was pijnlijk, ons koekepeertje bleek toch echt iets groter dan onze dochter te zijn, maar het ging allemaal zo snel. Na een aantal keer persen mocht ik onze zoon in mijn armen sluiten. Dolgelukkig was ik en de tranen stroomden mij over de wangen. Maar ja, die placenta dus… die kwam weer niet uit zichzelf. Moe van de razende bevalling vroeg ik de gynaecoloog om mij naar de OK te brengen. Ik had geen zin meer in dat getrek en geduw. Gelukkig stemde ze vrij vlot hiermee in. Ik werd wakker op de uitslaapkamer en daar waren mijn zoon en mijn steun en toeverlaat, vriendlief, om mij weer naar onze kamer te brengen. Die nacht mochten we beiden in het ziekenhuis blijven, just in case. Al het verplegend personeel was zo meelevend met ons, ze deden er werkelijk alles aan om ons gerust te stellen. En dat was fijn.

Zoonlief deed het gelukkig fantastisch. Toen we de volgende ochtend dan ook alsnog naar huis mochten, voelde het heel onwerkelijk. We meldden ons af en vertrokken. Met een gevulde maxi cosi op schoot, duwde mijn partner mij door de gangen van het ziekenhuis. Daar gingen we, als gezinnetje, in de auto terug naar huis. Dat wat we een jaar geleden ook zo graag hadden gewild. Dat waar we beiden niet op durfden te hopen. Maar het kon, het mocht.

Ik had weer een bevalling achter de rug en was weer een ervaring rijker. Dat bevallen, dat kan ik wel, daar ben ik inmiddels van overtuigd. Dat we weer in het ziekenhuis, het academisch ziekenhuis, willen bevallen staat ook als een paal boven water. Maar ja, die afstand… dat blijft een dingetje. In de volgende ‘bevallige verhalen’ lees je daarom hoe ik nu tegen mijn 3e bevalling aankijk.

Mobiele versie afsluiten